Om het rantsoen van hun dieren te vervolmaken, kopen veehouders diervoeder (’brok’, ‘krachtvoer’) bij van de mengvoederfabriek. De meeste varkenshouders en pluimveehouders kopen hun diervoeder in hoofdzaak van een mengvoederfabriek, omdat zij over te weinig grond beschikken om zelf voedergewasssen te telen.
Voedingswaarde en prijs
De diervoederfabrieken kopen hun grondstoffen over de hele wereld in. Zij kijken naar de voedingswaarde van de grondstof, maar ook naar de beschikbaarheid ervan en de prijs. Sommige grondstoffen, zoals melasse, een bijproduct van de suikerindustrie, zijn niet het hele jaar door beschikbaar. De fabrikant moet dan op zoek naar een vervangende grondstof met voedingswaarde en dezelfde verwerkbare eigenschappen en relatief voordelige prijs.
Internationale concurrentie
De diervoederbranche zorgt er met haar internationaal georiënteerde grondstoffenbeleid tevens voor dat de Nederlandse veehouderijsector internationaal stevig kan concurreren. Diervoeder bepaalt namelijk altijd voor een zeer belangrijk deel de uiteindelijke kostprijs van een dierlijk product.
Diervoedergrondstoffen die uit het buitenland komen zijn onder andere sojaschroot, tapioca, maïsgluten en citruspulp. Ze komen uit landen als Brazilië en Noord-Amerika (sojaschroot, citruspulp, maïsgluten), maar ook uit Thailand (tapioca). Het graan dat in diervoeder wordt verwerkt, komt van over de hele wereld vandaan, maar ook van ‘dichtbij’, bijvoorbeeld uit Nederland zelf en uit een groot Europees graanexporterend land als Frankrijk.
